Voor de eerste keer gaan we de stad uit, het rauwe zambia tegemoet. De weg is verrassend goed, de bestuurders erop minder. Langs de weg flitsen droog struikgewas en lage savannebomen voorbij, afwisselend met authentieke Afrikaanse klei met rieten hutjes die haast willekeurig langs de weg lijken te zijn geplant. In de kleine dorpjes onderweg draaien de president campagnes op volle toeren. Het is kiezen tussen dikke Banda (wiens hoofd niet eens op de verkiezingsposter past; werkelijk waar nog nooit zo’n oncharismatische man gezien), chagrijnige Sata, of de van de verkeerde stam afkomstige Hichaliema; een uiterst lastige keus voor de gemiddelde zambiaan. Het beloofd dan ook een spannende week te worden.
Aangekomen wacht ons een groep kleine boeren, goed voor een gezellige sfeer, en een open gesprek. Deze mensen maken de cijfers van een derde van de wereldbevolking die leven voor minder dan een dollar per dag tastbaar. Als ik boer David vraag hoeveel ie verkocht heeft op de markt moet hij bekennen ‘This year I didn’t sell anything, because of the floods’. Veel boeren hebben verlies gedraaid afgelopen jaar, ‘it’s a game of chance’ verwoordt er één. Hoe overleef je dan vraag ik me af? Op een of andere manier overleven ze dit harde bestaan vol onzekerheden. Toch lijkt het geen schade te doen aan hun vriendelijkheid. Ik hoop dat het project waar ik aan meehelp een enigszins positief effect op deze kleine boer zal hebben. Op de nieuwe presidentskandidaat hoeft David waarschijnlijk niet te rekenen.
Post new comment